Wij maken gebruik van cookies

Om je zo goed mogelijk van dienst te kunnen zijn, maken wij gebruik van cookies. Door de cookies te accepteren, word je herkend. Zo kunnen we onze website afstemmen op jouw persoonlijke voorkeuren en kunnen we je relevante informatie en advertenties laten zien. Voor meer informatie kun je kijken bij ons cookie- en privacybeleid. Door gebruik te maken van deze website of door hiernaast op akkoord te drukken, geef je aan akkoord te zijn met het gebruik van cookies.

Ik ga akkoord

Nieuws

20 september 2019
Bijzondere, duurzame bouwprojecten voor woonwijk Bosrijk

De woningbouwprojecten Het Bosbad en Bostorens hebben de ontwerpwedstrijd van de gemeente Eindhoven gewonnen. Zij mogen nu de percelen aankopen in Bosrijk, Meerhoven, en daar hun plannen gaan realiseren. De winnende plannen vielen niet alleen in de smaak bij de jury, maar ook bij veel van de bewoners die advies konden uitbrengen over de plannen.Buro Loo verzorgde net als bij de eerdere clusters van Bosrijk de beoordeling op een reeks aan duurzaamheidsaspecten. Ook bij deze eerdere clusters muntten de winnende inschrijvingen uit in duurzaamheid. Bosrijk In de wijk Bosrijk spelen duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en spraakmakende architectuur een belangrijke rol. Het bestaande landschap is uitgangspunt voor de bouwontwikkeling. Het wonen in het landschap wordt vormgegeven als 'beelden in een beeldentuin'. De ruimte om de woningen heen is in feite de tuin van de bewoners van Bosrijk.De ontwikkelaars gaan hun plannen nu verder uitwerken. Naar verwachting wordt in 2020 gestart met de bouwwerkzaamheden. Het BosbadHet Bosbad van Kikx Development B.V. (20 appartementen) is zeer luchtig en ingetogen qua beeld. Het is een open gebouw dat door het landschap wordt doorsneden. Opvallend zijn de slanke buitenruimtes, ondersteund door houten boomstammen, die volledig rondom het gebouw lopen. Elke appartement heeft daardoor een riante woning brede buitenruimte.Het geheel ligt iets verhoogd in het landschap door de half verdiepte in het landschap opgenomen parkeergarage. Verder worden er milieuvriendelijke materialen gebruikt.De jury was vooral te spreken over de sterke integratie tussen landschap, stedenbouw en architectuur. Het gebouw is in al zijn eenvoud een helder, ingetogen icoon dat met zijn beeldbepalende kolommenstructuur van boomstammen opgaat in het bos. BostorensBostorens van Building4you Developments B.V. is een compact ensemble van 5 woningen rondom een collectief binnen gebied. De diversiteit in hoogtes zorgt voor een afwisselend en sculpturaal beeld. De houten gevelafwerking voegt het plan in de boomrijke omgeving. Er zijn daarnaast groene daken aanwezig en de woningen worden in gerecycled hout opgetrokken.De kracht van het plan Bostorens ligt volgens de jury in de variatie van bouwvolumes, hoogtes en rooilijnen. Er zijn daardoor mooie woningen ontstaan met elk een eigen karakter en is gelijktijdig rekening gehouden met het waarborgen van de onderlinge privacy van de buitenruimtes op maaiveld en enkele dakterrassen.  De woningen zijn ruim van oppervlak en elke woning heeft minimaal een gebouwde parkeerplaats.

9 september 2019
Verkenning naar toekomstige, duurzame energiemix Dalfsen afgerond

De gemeente Dalfsen zal alle duurzame energiebronnen met potentie dienen te benutten om energieneutraal te worden. “We hebben niet de luxe om opties te negeren.”Dat blijkt uit een verkennend onderzoek naar de toekomstige energiemix van Dalfsen dat onder meer Buro Loo uitvoerde. Energiemix Het rapport is verschenen omdat de gemeente Dalfsen -net als andere gemeenten in Nederland- voor de uitdaging staat om de energietransitie vorm te geven. Energie uit fossiele bronnen (kolen, olie en gas) moet plaatsmaken voor hernieuwbare vormen van energie (wind, zonne-energie, aardwarmte). Wethouder André Schuurman: “Deze transitie is enorm complex en ingewikkeld. Om wat meer grip op de materie te krijgen was dit onderzoek zinvol. Het helpt ons om te focussen. Voor welke opgave staan we? En welke duurzame energiebronnen hebben wel en welke geen potentie in de gemeente Dalfsen?” (Geen) potentie Het rapport maakt duidelijk dat sommige duurzame energieopties (vooralsnog) geen optie zijn in Dalfsen. Restwarmte is er bijvoorbeeld niet. En geothermie ligt voorlopig niet voor de hand.Daarom ligt de focus voor toekomstige, duurzame energiebronnen sterk op opties die wel potentie hebben: zonne- en windenergie, maar ook biogas en het benutten van bodemwarmte. “We moeten nu meters gaan maken. Alle energiebronnen met potentie moeten we gebruiken. We hebben niet de luxe om opties te negeren”, aldus Schuurman.Het rapport toont geen kaarten waar in de gemeente mogelijk windmolens of zonneparken komen. De wethouder: “Anders heeft iedereen het alleen daar nog maar over. Dat zou afleiden van de hoofdboodschap van het rapport: dat we alle duurzame energieopties met beide handen moeten aangrijpen.” Inspiratiedocument Volgens de wethouder kan het rapport goed dienen als inspiratiedocument voor inwoners en ondernemers in Dalfsen. “Iedereen kan hier mee aan de slag. Je kunt er zo je to do-lijstje van maken. Eerst energie besparen en isoleren, vervolgens zelf energie opwekken, bijvoorbeeld met zonnepanelen op het dak.”In september bespreekt de gemeenteraad het rapport dat is opgesteld onder begeleiding van BRAND project & procesbegeleiding en met medewerking van de adviesbureaus Pondera en Buro Loo.

21 juni 2019
“Energietransitie is voor 90% communicatie”

Krachtige pitches, levendige discussies, inspirerende ontmoetingen en afsluitend een heerlijk diner.Die omschrijvingen typeren de Buro Loo-dag van donderdag 13 juni perfect. Het klantevent van de adviseurs van Buro Loo werd dit jaar voor de tweede keer georganiseerd. De ambiance was deze keer zeer sfeervol: in een van de stoer ingerichte vergaderzalen van het onlangs geopende Mr. Green. Wrap-up Na een interactieve kennismaking -om het ijs tussen de gasten wat te breken- zetten verschillende sprekers ‘de toekomstbestendige wijk’ vanuit verschillende invalshoeken neer. Elke spreker verzorgde een pitch aan de hand van een scherpe stelling rond een ‘schijnbare’ tegenstrijdigheid. Hierna volgde een korte, vurige discussie, die in alle gevallen veel te vroeg moest worden afgekapt.Tijdens de pitches ging strategisch tekenaar Pamela van de Berg van de Verhalensmederij aan de slag met een visuele wrap-up. Ze vatte elke pitch samen in een schets op een groot puzzelstuk, die aan het eind van de Buro Loo-dag in elkaar werden gezet.Tekst gaat onder de fotoserie verder. Klik op een foto om deze te vergroten.[gallery ids="1463,1462,1461,1459,1458,1460,1457,1456,1455,1454,1453,1452,1451,1450"] Pitches Per pitch die tijdens de Buro Loo-dag werd gehouden, volgt hieronder een prikkelend citaat. Als nadenkertje. Bertrick van den Dikkenberg van Buro Boot over: "Klimaatverandering: investeren of accepteren?" Van den Dikkenberg: “Ik was een tijd geleden op een klimaatstudiereis in Nantes, in Frankrijk. Daar is op een eiland een nieuw ziekenhuis gebouwd. De bouw kostte 528 miljoen. We vroegen: hoe veilig is dat nou op zo’n eiland, qua overstromingsrisico? De overstromingskans is 1 op de 100 jaar. Dat is een kwestie van aanpassen, van accepteren.In Nederland doen we dat anders. We investeren. Er gaan miljarden euro’s naar het aanleggen van dijken omdat we de overstromingskans beperken tot 1 op de 1000 jaar. En dan hebben we nog hittestress. Iedereen straat zijn tuintje dicht en de hitte in onze kernen neemt enorm toe. De vraag komt op: wie is er de baas? Is het de ontwikkelaar die met de zak geld komt of is het de wethouder of de gemeenteraad. Of zijn wij uiteindelijk allemaal gewoon… de dupe?” Eva Petra Simon van Veluwe Duurzaam over "Energietransitie voor bewoners: voorschrijven of stimuleren?" Simon: “Voordat iedereen nog maar droomde over duurzaamheid hadden we in de regio Noord-Veluwe al een energieloket voor inwoners. De energietransitie zien we als het spelen van een bordspel. Beleidsmakers maken de spelregels en als energieloket houden we ons bezig met het spelen van het spel. Zo zijn we in wijken in Harderwijk aan de slag. Daarbij merken we dat het belangrijk is dat je de hele transitie niet dichttimmert, maar tijdens het spelen van het spel kunt bijsturen, oftewel dat je de spelregels kunt aanpassen.Onze hoofdtaak als energieloket is communiceren. Je speelt een spel niet op een leuke manier als je niet goed communiceert. We luisteren, we gebruiken humor, we investeren tijd. Een energiecoach kan nog zo’n goede berekening maken voor een woning, als deze niet luistert naar de inwoners, verdwijnt het rapport in de la. Daarom durf ik de stelling wel aan dat de hele energietransitie voor 90 procent communicatie en maar voor 10 procent techniek is.” Manfred Fokkema van Infense Advocaten over "Inkoopregels en contractvormen: versnellers of vertragers van effectief klimaatbeleid?" Fokkema: “Aanbestedingsregels en contractvormen zijn geen vertragers, maar de gebruikers zorgen voor de vertraging. Dat wil ik schetsen aan de hand van een beeld: racefietsen. Ik ben er van overtuigd dat aanbestedingsregels een soort valhelm zijn. Je kunt er nog steeds keihard mee vallen, maar als je geen helm op hebt, sta je misschien nooit meer op. Als je wat op klimaatgebied wil bereiken dan moet je goed nadenken over welke pet je opzet, welke regels gelden.Een voorbeeld: de gemeentelijke gronduitgifte. Wie weet wat er in artikel 122 van de woningwet staat? Het is best ernstig dat maar weinigen dat artikel kennen. Er staat dat het verboden is voor gemeenten om te contracteren over zaken die in het Bouwbesluit zijn geregeld. Je mag dus niet via een contract afdwingen dat bij woningbouw een lagere EPC wordt opgeleverd dan wat er nu in het Bouwbesluit staat – EPC = 0,4. En ik kan u verzekeren dat hierover is geprocedeerd tot aan de Hoge Raad. Dergelijke contracten zijn gewoon nietig. Mijn advies: houdt het simpel, weet welke pet je opzet en welke regels gelden, dan ga je als de brandweer.”Nienke van Keimpema van de Gemeente Harderwijk over "De plaatselijke energiecoöperatie: onderdeel of apart van de gemeente?" Keimpema: “In de gemeente Harderwijk willen we alle mensen mee krijgen om de gewenste CO2-reductie te behalen. Je moet daarvoor je slagkracht vergroten. Je hebt verschillende partijen nodig, ondernemers, onderwijs en ook burgers.De vraag die bij ons concreet op tafel ligt: Hoe ga je de burger die mee wil doen in de energietransitie begeleiden? Moet je als gemeente bijvoorbeeld lid worden van lokale energiecoöperaties? Of moeten bij financiële ondersteuning prestatieafspraken worden gemaakt? Kunnen energiecoöperaties een deel van de lokale doelstelling voor hun rekening nemen?Aan de ene kant wil je ze volwassen en professioneel laten worden en zijn, en aan de andere kant wil je wel rendementen zien van subsidies die je in een energiecoöperatie stopt.” Tijmen van Straten van Greencrowd over "Zonneparken: duurzame energie of bloemrijk grasland?" Van Straten: “Wij hebben en zonnepark ontwikkeld dat het opwekken van energie combineert met andere functies. Zo is er in het gebied ook plaats voor waterberging en voor natuur. Er staan bomen in een vleermuizenroute, er zijn fruitbomen en de houtwallen zijn versterkt. Daarnaast wordt het terrein begraasd door schapen, dus zelfs de agrarische functie bleef min of meer behouden.Het dilemma is: kies je voor het concentreren van zonnepanelen op één plek en houdt je de rest vrij of kies je voor het mengen van functies wat meer ruimte kost. Kiezen tussen duurzame energie of bloemrijk grasland hoeft in ieder geval niet, het kan beide.”tekst Michiel Kerpel, beeld Matthijs Bisschop

10 mei 2019
Wat gemeenten moeten weten over wijkuitvoeringsplannen (of WUPs) voor duurzame warmte

Gemeenten zijn druk in de weer met de transitie naar aardgasvrije wijken. Ze moeten ook uitvoeringsplannen op wijkniveau maken. Hoe zit het met die wijkuitvoeringsplannen, ook wel WUPs genoemd? En hoe verhouden zich die tot de transitievisie? Buro Loo zet tien vragen en antwoorden hierover op een rij.De tien vragenWat is het verschil tussen een transitievisie warmte en een wijktransitieplan? Voor welke wijk maak je een WUP? Op basis waarvan selecteer je een wijk om voor 2030 van het gas af te laten gaan? Wat wordt verstaan onder ‘wijk’? Mag je als gemeente de ‘wijkgrens’ zelf bepalen? Geldt het maken van WUPS voor wijken die van het gas afgaan als eis of wens vanuit Den Haag? En waar staat dat dan? Wie controleert of een gemeente WUPS maakt ? En wat als je als gemeente bepaalt dat er geen enkele wijk van het gas af gaat, maar dat je alles na 2030 doet? Hoef je dan geen WUPs te maken? Wat is de precieze planning voor het maken van een WUP? Zijn er voorwaarden bij het maken van een WUP? Wat is de juridische status van een WUP?1. Wat is het verschil tussen een transitievisie warmte en een wijktransitieplan? De transitievisie warmte (ook wel warmtevisie of warmteplan genoemd) gaat over de grote lijnen in de gemeentelijke warmtetransitie. In de visie legt de gemeenteraad een realistisch tijdspad vast waarop wijken van het aardgas gaan. Verder staan in de visie ook de oplossingsrichtingen voor de wijken waarvan de transitie vóór 2030 gepland is. De transitievisie warmte wordt periodiek geactualiseerd, waardoor steeds nieuwe wijken zullen worden aangewezen.Wijktransitieplannen volgen op de transitievisie en vormen de uitvoeringsplannen voor de wijken die van het aardgas afgaan. Per wijk komt er dus een WUP waarin de oplossingsrichting verder is uitgediept en is uitgewerkt hoe de uitvoering wordt vormgegeven.  Deze plannen zijn eenmalig.Tabel 1. met inhoud en verschillen transitievisie warmte en wijktransitieplan.Transitievisie warmte WijktransitieplanWarmte-opties per wijk op basis van beschikbare bronnen uit RES en nog op te stellen leidraad van Rijk. Definitieve keuze van alternatieve warmtelevering in de wijk.Bevat volgorde en timing van wijken. Gemaakt met hulp van bewoners. Participatie is voorwaarde.Resultaat is een “vlekkenkaart”. Resultaat is een “detailkaart”.Reikwijdte: hele gemeente. Reikwijdte: één wijk.Periodiek geactualiseerd. Eenmalig definitief.Precieze datum waarop de toelevering van aardgas in wijk wordt beëindigd (N.B. bekendmaking dient ten minste 8 jaar voor datum plaats te hebben).2. Voor welke wijk maak je een WUP? Voor elke wijk die van het gas af gaat. De eerste WUPs moeten in 2021 worden opgeleverd. Dit gaat dan om de wijken waarvan in de eerste transitievisie warmte van de gemeente is vastgesteld dat ze in 2030 van het gas af moeten zijn. 3. Op basis waarvan selecteer je een wijk om voor 2030 van het gas af te laten gaan? Zijn hier hulpmiddelen voor?Welke wijken er wanneer van het aardgas afgaan komt te staan in de gemeentelijke transitievisie warmte. De selectie van de wijken vergt een complexe afweging. Dit komt doordat er veel data bij komt kijken en deze data tegen elkaar afgewogen dient te worden. Dit proces blijft lokaal maatwerk. Leidraad Het Planbureau voor de Leefomgeving ontwikkelt samen met het Expertise Centrum Warmte (ECW) een leidraad om gemeenten te helpen bij het maken van een objectieve analyse van oplossingsrichtingen voor wijken. De leidraad is een instrument bestaande uit twee componenten dat gemeenten moet ondersteunen bij het opstellen van de transitievisies warmte en de uitvoeringsplannen op wijkniveau. De twee componenten:De startanalyse (technisch-economisch): dit gebeurt met behulp van een open source model (het Vesta MAIS-model van PBL). De startanalyse geeft…op buurtniveau (t.b.v. wijkgerichte aanpak) de gevolgen van de verschillende (warmte)opties weer voor zowel de maatschappelijke kosten als de kosten voor verschillende eindgebruikers in de buurt. Dit inclusief een aantal gevoeligheidsanalysesEen handreiking met richtlijnen: rond gebruik van data, het doen van aannames en welke rekenregels.De Leidraad komt als eerste concept beschikbaar op 30 september en de definitieve versie komt in maart 2020. De Leidraad zal voor gemeenten het uitgangspunt worden om eventuele voorlopige warmtevisies definitief te maken. De analyse van het Vesta MAIS-model kan richtinggevend zijn voor gemeenten, maar is zeker niet leidend. Er is nog genoeg mogelijkheid voor eigen keuzes en sturing. Het beheer en de ondersteuning rond de leidraad komt bij Expertise Centrum Warmte (ECW) te liggen. Data Om een indruk te geven van de data die relevant kan zijn in de afweging over wanneer welke wijk van het gas moet afgaan, hierbij een lijstje:Wijk- en of woningkenmerken: energielabels, ouderdom van de woningen, het corporatiebezit. Bestaande plannen en projecten: renovatieplannen aan woningen, onderhoud in openbare ruimte of aan infrastructuur en vervanging energie-infrastructuur Versnellers of meekoppelkansen: problemen met hittestress, wateroverlast, criminaliteit of sociale cohesie. Kansen: bestaande warmtenetten of potentiële warmtebronnen (restwarmte). Bewonerskenmerken: hoogte inkomen, draagkracht, participatie door bestaande bewonersinitiatieven (energiecoöperatie). Kosten: maatschappelijk, voor de eindgebruiker, de business case voor energieleveranciers en netbeheerders.4. Wat wordt verstaan onder ‘wijk’? Mag je als gemeente de ‘wijkgrens’ zelf bepalen? Vaak zie je namelijk dat je per buurt van het gas af wil. Veronderstelt dat direct dat de gehele wijk dan óók van het gas af moet: dat is toch niet praktisch? Volgens de tekst uit het (ontwerp) Klimaatakkoord wordt er niet strikt aan wijkgrenzen gehouden. Gemeenten kunnen dus zelf logische gebieden indelen voor het aardgasvrij maken. In een noot in het genoemde document staat letterlijk: “De wijk en het wijkniveau wordt in dit document gebruikt voor diverse schaalniveaus. In sommige gemeenten is de wijk niet het beste aangrijpingspunt, maar een groter of juist een kleiner gebied.”De ervaring van Buro Loo is dat het verstandig is om aan te sluiten bij bestaande CBS-indelingen, zodat de plannen eenvoudig te combineren zijn met statistische gegevens en meerjarenonderhoudsplannen voor de openbare ruimte. Anderzijds kan het juist slim zijn om af te wijken van bestaande indelingen, omdat bijvoorbeeld de woningtypologie binnen een wijk sterk kan verschillen of juist over wijkgrenzen gelijk is. 5. Geldt het maken van WUPs voor wijken die van het gas afgaan als eis of wens vanuit Den Haag? En waar staat dat dan? Ja, dit is een verplichting. Zowel in het Interbestuurlijk Programma (IBP) als in het (ontwerp) Klimaatakkoord is afgesproken dat gemeenten een Transitievisie Warmte maken en uitvoeringsplannen op wijkniveau. 6. Wie controleert of een gemeente een transitievisie en WUPs maakt? Elke gemeente is verplicht om in 2021 een definitieve versie van de transitievisie warmte te hebben. Als alle warmtevisies beschikbaar zijn, checkt het Rijk op basis daarvan of de doelstellingen worden gehaald. Er moeten in de periode 2022 tot en met 2030 namelijk 1,5 miljoen gebouwen van het gas af worden gehaald (voor alle gemeenten opgeteld). Wanneer in 2021 alle transitievisies warmte beschikbaar zijn is inzichtelijk of deze (tussen)doelstellingen gehaald kunnen worden.Gemeenten dienen actief de voortgang met hun transitievisie door te geven via een nog te ontwikkelen online tool (vergelijkbaar met de tool voor Actieplan Geluid).Het is te verwachten dat er in het verlengde van de check op de Transitievisie ook gemonitord zal worden of er WUPs zijn of worden gemaakt.Uiteindelijk zal ook de gemeenteraad een rol hebben in het toezien op de uitvoering van de warmtetransitie. Dit orgaan dient de Transitievisie en de uitvoeringsplannen vast te stellen. 7. En wat als je als gemeente bepaalt dat er geen enkele wijk van het gas af gaat, maar dat je alles na 2030 doet? Hoef je dan geen WUPs te maken? In theorie lijkt dat te kloppen. Maar het Rijk en medeoverheden stellen in 2019 een procedure op over hoe ze gaan bijsturen als blijkt dat de doelen niet worden gehaald.Als doelstellingen niet gehaald worden zullen de gemeenten die verhoudingsgewijs het minste bijdragen bijsturing kunnen verwachten. 8. Wat is de precieze planning voor het maken van onder meer WUPs? Om een en ander helder te krijgen hierbij een tijdpad (inclusief nationale en regionale stappen):9. Zijn er voorwaarden bij het maken van een WUP? Ja, er is één belangrijke voorwaarde. Participatie van burgers is een must. De wijktransitieplannen staan of vallen met het participatieproces. Op het proces om te komen tot uitvoeringsplannen op wijkniveau zijn participatieprincipes van toepassing. Deze principes staan in het conceptklimaatakkoord en zijn geschreven voor de gemeente als regiehouder van het proces. Ze gelden echter voor alle betrokken partijen, zoals netwerkbedrijven, energieleveranciers, woningcorporaties, energieloketten en bouw- en installatiepartijen.De participatieprincipes moeten ten minste twee zaken garanderen:tijdige en transparante informatieverstrekking door betrokken partijen; het bieden van ruimte aan gebouweigenaren- en huurders om ideeën en wensen in te brengen.Participatieprincipes De participatieprincipes zoals ze in het conceptklimaatakkoord staan luiden als volgt (ze kunnen aangepast worden op basis van de huidige pilots aardgasvrije wijken):Wijze van betrokkenheid. Transparante en inclusieve communicatie (onder te verdelen in manier van communiceren en de informatie waarover gecommuniceerd dient te worden). Faciliteren van initiatieven. Advisering. Meerkoppelkansen.Uit de wat wollige tekst zijn de volgende voorwaarden te halen:Wijze van betrokkenheidDe gemeente informeert gebouweigenaren- en gebruikers tijdig over het participatieproces, dus voordat concrete plannen uitgewerkt zijn. De gemeente deelt eigenaren en gebruikers mee hoe ze betrokken worden bij de keuze voor het warmtealternatief.Transparante en inclusieve communicatieDe manier van communicerenDe manier van communiceren van de gemeente is inclusief, zodat iedereen weet waaraan hij of zij toe is. Inclusief communiceren betekent dat je rekening houdt met alle groepen burgers en in dit geval dus alle typen gebouweigenaren. De gemeente communiceert transparant over wat er met de inbreng/(tegen)argumenten van de betrokkenen is gebeurd.InformatievoorzieningDe gemeente informeert over…… waarom de betreffende buurt op het betreffende moment aan de beurt is om van het aardgas af te gaan.… de verschillende mogelijke duurzame alternatieven voor een buurt.… de criteria om te komen tot het warmtealternatief dat de voorkeur heeft.… de onderbouwing voor het verkieslijke warmtealternatief, vanuit:de beschikbaarheid bronnen; de laagst mogelijke maatschappelijke kosten; de impact hiervan op de leefomgeving.… de onderbouwing voor de definitieve keuze op basis van dezelfde aspecten.… het handelingsperspectief voor gebouweigenaren, met aandacht voor:welke werkzaamheden nodig zijn aan/in het gebouw; de gemiddelde kosten hierbij.… wat de gebouweigenaar kan verwachten van welke partij, zoals:gebouwgebonden financiering via geldverstrekker; collectieve inkoop via energiecoöperatie; nazorg en garanties; contracten met de warmteleverancier; informatie en advies via het (regionale) energieloket (zie ook participatieprincipe 4);Faciliteren van initiatievenDe gemeente faciliteert lokale initiatieven die een actieve rol willen pakken in het aardgasvrij maken van (een deel van de) gemeente (right to challenge).AdviseringDe gemeente zorgt voor advisering van gebouweigenaren door een (regionaal) energieloket in te richten als centraal aanspreekpunt over onder meer de warmtetransitie.MeekoppelkansenDe gemeente neemt -als regisseur van het proces- waar mogelijk meekoppelkansen mee in de overweging. Hierbij kan het gaan om bijvoorbeeld de koppeling van zaken als arbeidsmarkt en onderwijs, participatie en inburgering, sociale zekerheid. 10. Wat is de juridische status van een WUP? Definitieve keuzes die voortkomen uit uitvoeringsplannen op wijkniveau worden vastgelegd in vervolgversies van de RES 1.0. De RES en transitievisies warmte zullen uiteindelijk juridisch worden geborgd in met name de gemeentelijke omgevingsvisies, programma’s en omgevingsplannen.N.B. Extra vragen over de Leidraad zijn te vinden op de website van ECW. Buro Loo Buro Loo is een adviesbureau dat gemeenten en andere stakeholders ondersteunt bij onder meer de transitie naar een duurzame bebouwde omgeving. Zo maakten we al in 2018 voor de Gemeente Deventer een routekaart voor een aardgasvrije woningvoorraad.De consultants van Buro Loo zorgen ervoor dat u in het woud aan data over duurzame energiebronnen en warmtestrategieën tussen de bomen het bos weer ziet. We helpen u bij het maken van keuzes op basis van die data. Gebruikte bronnenOntwerp van het Klimaatakkoord (2018). Ontwerp van het Klimaatakkoord. Den Haag, 21 december 2018. Bijlage bij het Klimaatakkoord (2018). Wijkgerichte aanpak. Achtergrondnotitie ten behoeve van de sectortafel Gebouwde omgeving, 14 december 2018. Bijlage bij het Klimaatakkoord (2018). Leidraad + ECW. Achtergrondnotitie ten behoeve van de sectortafel Gebouwde omgeving, 14 december 2018. Achtergrondinfo Informatiebijeenkomst Leidraad, 25 april 2019.tekst Michiel Kerpel, beeld Shutterstock

1 april 2019
Sprintsessies Warmtetransitievisie in Overijssel van start

De 4 gemeenten in Noord-Oost Twente (Losser, Tubbergen, Dinkelland, Oldenzaal) hebben als eerste gemeenten in de Provincie Overijssel een Sprintsessie Warmtevisie gehad. “Noordoost Twente heeft tijdens een tweedaagse sprintsessie een flinke stap gezet om duidelijkheid te geven rondom het gefaseerd van aardgas afgaan in onze regio. Waarbij uiteraard aandacht is voor de technische haalbaarheid, kosten en handelingsperspectief voor onze inwoners”, vinden de vier duurzaamheidswethouders Ursula Bekhuis (Tubbergen), Ben Blokhuis (Dinkelland), Evelien Zinkweg (Oldenzaal) en Marcel Wildschut (Losser). “Er moet nog veel werk worden verzet, maar samen met alle partijen die hebben meegedacht hebben we er vertrouwen in dat het kan!” Lees hier meer over de Noordoost Twentse Warmtevisie.Concept transitievisie warmte door sprintsessiesEen team professionals van Buro Loo,  DWA en Tauw verzorgen samen tweedaagse sprintsessies voor gemeenten in de provincie Overijssel. Het doel van deze tweedaagse is het creëren van de bouwstenen voor een transitievisie warmte. Deze sprintsessies worden door het programma Nieuwe Energie Overijssel aan alle gemeentes aangeboden en leveren ook input voor de provinciale Regionale Energiestrategie (RES).Opzet tweedaagseIn twee intensieve dagen werken we met verschillende buurgemeenten aan een eerste opzet voor de warmtetransitievisie. Hierbij zijn naast een brede groep professionals afkomstig uit de gemeentelijke organisatie, ook andere partijen waaronder woningbouwcorporaties en energieleveranciers aanwezig. De aanwezigen gaan tijdens de sessies (begeleid) zelf aan de slag. De eerste ochtend worden ze volledig bijgepraat over alternatieven voor aardgas. In de middag maken de deelnemers de bouwstenen voor de transitievisie warmte. ’s Avonds presenteren ze die aan raadsleden en andere stakeholders. Aan de hand van hun reacties, opmerkingen en vragen wordt de transitievisie warmte de tweede dag in concept opgesteld. Het voordeel van deze aanpak is dat de uiteindelijke uitkomst door alle aanwezigen gedragen wordt en iedereen zich ook verantwoordelijk voelt voor het vervolg.Buro Loo heeft meegedacht over de opzet van de tweedaagse, verzorgde een inhoudelijke pitch over de alternatieven voor aardgas en begeleidde het proces in de werkgroepen om te komen tot afgewogen keuzes.Artikel in VNGOver dit geslaagde experiment is een uitvoerig artikel verschenen in VNG magazine: dat stuk kunt u hier nalezen.Meer informatieWilt u ook een sprintsessie voor uw gemeente? Neem dan contact op met Han Schreuder. Hij is te bereiken op (06) 3083 8018 of schreuder@buroloo.nl.

8 februari 2019
Duurzame visies voor woongebied Bosrijk in Eindhoven beoordeeld

Bij de ontwikkeling van woonwijk Bosrijk in Eindhoven staat duurzaamheid op één. Om dat te garanderen beoordeelde Buro Loo ingediende visies op diverse duurzaamheidsthema’s. Bosrijk Bosrijk is een uniek woongebied binnen het woon/-werkgebied Meerhoven. De gemeente Eindhoven zet voor Bosrijk in op een combinatie van bijzondere ruimtelijke en architectonische kwaliteit én duurzaam wonen. Voorwaarde hierbij is dat de bestaande kwaliteit van het groene landschappelijke gebied wordt beschermd en zelfs wordt versterkt.Voor partijen die inschrijven voor de ontwikkeling van woonvelden (zogenaamde clusters) ligt de lat dan ook hoog: duurzaam wonen moet verder gaan dan energieneutraal en aardgasloos.Als Buro Loo zijn we betrokken geweest bij het beoordelen van het thema duurzaamheid in de selectie- en gunningsprocedure van ingediende visies voor drie van deze clusters. Selectie- en gunningsprocedure Voor de ontwikkeling van deze clusters was veel animo. Dit bleek uit het aantal ingediende visies: respectievelijk 27, 26 en 6 inschrijvingen voor clusters waar het maximaal aantal te ontwikkelen grondgebonden woningen lag op 50 (oppervlakte 1,2 ha.), 40 (oppervlakte 1,2 ha.) en 3 (oppervlakte 205 m2).Tijdens de selectieprocedure zijn deze visies ten eerste beoordeeld op de volgende uitsluitingsgronden:aardgasloos bouwen; concreet invulling geven aan het beschermen van bestaand groen tijdens het bouwprocesDaarna zijn binnen het “team duurzaamheid” punten toegekend aan de volgende duurzaamheidsthema’s:materiaalkeuze; voorkomen van wateroverlast en hittestress; koppeling, balans en vergroten van biodiversiteit; duurzame mobiliteit; gezondheid, comfort en toekomstbestendigheid; sociale impact en zichtbaarheid.In de gunningsprocedure zijn de visies nogmaals beoordeeld op basis van dezelfde duurzaamheidscriteria. Hierbij zijn ook adviezen van huidige bewoners van Bosrijk meegenomen. In combinatie met scores voor ruimtelijke kwaliteit en het grondbod is er per cluster een winnaar uitgekomen. De ontwikkeling van de drie clusters start eind 2019. Innovatieve ideeën Enkele innovatieve manieren waarop in het winnende plan van cluster 18 (BPD/Sprangers) invulling is gegeven aan de duurzaamheidsthema’s, zijn: Biodiversiteit en waterEen uitgebreide analyse van de toe te passen bloemen- en bomensoorten. Voor de bloemen is gekozen voor een soortenrijkdom die past bij verschillende gradiënten binnen het gebied: een lage natte zone, een filterzone (filtering grijs water), een hellingzone en een hoge droge zone. Voor de bomen is zoveel mogelijk gekozen voor behoud van bestaande bomen en het toevoegen van nieuwe bomen. Dit zijn bijpassende, inheemse soorten. De hoge en slanke vorm van de woningen zorgt ervoor dat het landschap voldoende ruimte krijgt. Water, energie en zichtbaarheid Waterbuffering heeft plaats op daken en onder de gebouwen. Als er zonne-energie beschikbaar is, wordt water opgepompt in een watertoren. Bij energievraag kan deze hoogte-energie weer worden ingezet. Een groene filterzone zuivert water op eigen terrein. Inpassing, biodiversiteit en zichtbaarheid Door spiegeling versmelt het gebouw met de natuur. Een binnentuin versterkt de biodiversiteit voor onder meer insecten en vlinders. In de wanden aan deze tuin worden insectenhotels geplaatst. Meer in het vat In 2019 worden nog 2 clusters gerealiseerd. Hier zal Buro Loo opnieuw een bijdrage aan leveren voor de beoordeling van de in te dienen plannen op het thema duurzaamheid.beeld hoofdfoto Zuiver (BPD-Sprangers)

11 januari 2019
Nieuwe eisen: NOM tóch duurzamer dan broertje BENG?

BENG leek het veelbelovende broertje te worden van NOM. Tot in november de nieuwe eisen rond energie voor de bouw werden gepresenteerd. Wat blijkt? De duurzaamheid van de eisen is sterk verwaterd.Dit geldt met name voor het eerste BENG-criterium om woningen met een lage energiebehoefte te realiseren. De energieconsumptie hoeft geen 25 maar 70 kWh/m2 te zijn, bijna een verdrievoudiging. Aan deze eis voldoe je makkelijk met een woning met een EPC van 0,4 door installatie van een warmtepomp. Dat BENG zich niet meer onderscheidt van NOM, wordt inzichtelijk met de Trias Energetica.Donderdag reageerde de minister op kritische kamervragen naar aanleiding van een artikel "Experts boos over soepeler BENG-eisen".Trias Energetica De Trias Energetica is een strategie om in drie stappen een energiezuinig ontwerp te realiseren. Deze zijn als volgt:Beperk de energievraag van de woning. Maak maximaal gebruik van duurzame energie. Maak -als het niet anders kan- zo efficiënt en schoon mogelijk gebruik van fossiele brandstoffen.NOM Hoe scoort NOM als je deze langs de lat van de Trias Energetica legt? Een NOM-woning is energieneutraal. Dat wil zeggen dat alle energievraag op jaarbasis wordt gecompenseerd met zelfopgewekte, duurzame energie (bijvoorbeeld met zonnepanelen). De focus voor een NOM-woning ligt daarmee logischerwijs eerder bij stap 2 dan bij stap 1. Daarmee zegt “energieneutraal” of “NOM” lang niet alles over de duurzaamheid van een gebouw zelf. Een energieverslindend gebouw kan namelijk best energieneutraal zijn, als er maar voldoende zonnepanelen worden geïnstalleerd. Het mag duidelijk zijn dat dát natuurlijk niet de bedoeling is. Voorlopige BENG-eisen De genoemde beperking van de indirecte focus op stap 2 door NOM leek met de introductie van BENG in 2015 te worden getackeld. Waar NOM ingaat op stap 2 van de Trias Energetica, legt BENG eisen op aan alle drie de stappen. De eerste eis van BENG is gericht op het beperken van de energiebehoefte. Het voorgenomen eerste BENG-criterium voor de woningbouw eiste een maximale energiebehoefte van 25 kWh/m2. Om daar aan te voldoen zou om te beginnen een compacte gebouwvorm, goede gebouwisolatie en een optimale dak-oriëntatie ten opzichte van de zon nodig zijn (zie praktijkvoorbeeld Meerpolder onder). Definitieve BENG-eisen Nu de nieuwe BENG-eisen op het NEN-congres zijn gepubliceerd blijken de die eisen sterk te zijn bijgesteld. Een maximale energiebehoefte van 75 kWh/m2 in combinatie met de andere twee BENG-eisen komt in praktijk neer op het handhaven van de huidige EPC 0,4 eis voor woningbouw. Het realiseren van een BENG-woning is daarmee niet zo duurzaam als het lijkt: een relatief hoge energiebehoefte die voor woningen ook nog eens voor meer dan de helft gedekt wordt door fossiele brandstoffen. De derde BENG-eis gaat er immers van uit dat nog 60 procent van de energieconsumptie uit fossiele bron mag komen.Conclusie: NOM blijft hiermee duurzamer en veel ambitieuzer dan broertje BENG. Een BENG-woning zal altijd méér fossiele brandstof gebruiken dan een NOM-woning. Terug naar NOM en de Trias Stuur dus op NOM, maar doe dat altijd op basis van de Trias Energetica. Bij het invullen van NOM op de eigen kavel wordt indirect sturing gegeven aan de invulling van stap 1, maar hier moet beter op gestuurd worden. Hoe beter hierop gestuurd wordt, hoe minder installaties nodig zijn voor het invullen van stap 2 en hoe haalbaarder het invullen van stap 3 wordt. Een aanvullend aandachtspunt is hierbij de betaalbaarheid van NOM wanneer de salderingsregeling versobert. Stuur dus voor nieuwbouw op een elektrische infrastructuur in de woning die voorbereid is op elektriciteitsopslag van duurzame elektriciteit vóór de meter.Dus NOM voor de meter en op basis van Trias Energetica: zo wordt niet alleen het milieu ontlast, maar ook de gebruiker. Want goede isolatie zorgt voor minder installaties, meer comfort en daardoor een tevreden gebruiker.Dit is eerste deel van een tweeluik over de relatie tussen NOM en BENG. Deel 1 beschouwt deze relatie energetisch. Hierbij is het effect van milieubelasting ten gevolge van materiaalgebruik niet meegenomen. Want het produceren van zonnecellen en isolatiemateriaal kost ook energie. En wat te denken van de milieubelasting bij de productie en de delving van de zeldzame materialen die nodig zijn voor PV-panelen? Hierover meer in deel 2 over de relatie tussen NOM en BENG qua materiaalgebruik.Casus Meerpolder [caption id="attachment_1327" align="aligncenter" width="900"] NOM-woningen in Meerpolder. beeld Houweling Architecten[/caption]Afgelopen jaar heeft Buro Loo voor de gemeente Lansingerland haalbaarheid van BENG onderzocht voor grondgebonden woningen in de te ontwikkelen wijk Meerpolder.Deze haalbaarheid is onderzocht ten opzichte van gasloze grondgebonden referentiewoningen met een EPC van 0,4[1]. Aan de hand van maatregelenpakketten is inzichtelijk gemaakt hoe aan BENG kan worden voldaan.De referentiewoning is nu vergelijkbaar met een woning die voldoet aan de bijgestelde BENG-eisen. Met de kennis van nu is met deze studie dus bepaald welke extra maatregelen nodig zijn voor een woning die voldoet aan de voormalige vs. de huidige BENG-eisen. In onderstaande tabel zijn de resultaten weergegeven.  Voormalige BENG-eisen (compactere woning[2]) Huidige BENG-eisenRc waarden dak/gevel/vloer Rij- en vrijstaand: 9,0 / 7,0 / 5,0 m2 K/W Hoekwoning: 12,0 / 10,0 / 10,0 m2 K/W 6,0 / 4,5 / 3,5 m2 K/WU-waarden ramen 1,0 W/m2K 1,3 W/m2KLuchtdichtheid, Qv10 0,15 dm3/s/m2 0,625 dm3/s/m2Ventilatie Mechanische ventilatie, centraal Rij- en hoekwoning: natuurlijke toevoer en mechanische afvoer, centraal Vrijstaand: mechanische ventilatieWarmte-opwekking en -afgifte Combi warmtepomp o.b.v. bodem i.c.m. vloerverwarming Combi warmtepomp o.b.v. bodem i.c.m. vloerverwarmingKoeling Ja, o.b.v. warmtepomp Geen, alleen vrije koeling voor vrijstaande woningZon PV 0 – 6 m2 0 m2Meerkosten €5.200 - > €20.000 Referentie[1] Het gaat om een standaard rijtjeswoning en een hoekwoning met beukmaat 5,4 m en een GBO van 150 m2 en een vrijstaande woning met beukmaat 6,8 m en een GBO van 170 m2.[2] Het GBO van de hoekwoning en de vrijstaande woning is hiervoor aangepast naar resp. 100 m2 en 146 m2.

30 november 2018
Baanbrekend duurzaamheidsproject Hart van Zuid in Rotterdam trapt af

Gemeente Rotterdam, bouwcombinatie Ballast-Nedam/Heijmans, Eneco en Rotterdam Ahoy, tekenden woensdag 28 november een overeenkomst voor het realiseren van een slim warmtenetwerk en de aanleg van 12.000 zonnepanelen in Rotterdam-Zuid. Machiel Karels van Buro Loo blikt enthousiast terug op het meerjarenproject Hart van Zuid dat hij begeleidde.Als kick-off werd woensdag onder toeziend oog van policy officer Jens Bartholmes van de Europese Commissie een aankondigingsbord onthuld.De aanleg van slimme warmte- en elektrische netwerken (smart thermal grid, smart electrical grid) en de realisatie van de zonnepanelen op onder meer Ahoy maken onderdeel uit van het project RUGGEDISED dat financieel wordt gesteund door de Europese Commissie. Toekomstbestendig Machiel Karels (vijfde van rechts op foto) begeleidde het project als technische coördinator. Hij coördineerde de samenwerking binnen het team. Daardoor zijn onder meer de techniek, de business case, de tariefstelling, de organisatie en nu dus uiteindelijk de contracten gerealiseerd. Met tevredenheid kijkt hij terug op deze eerste fase van dit uitdagende en complexe project. “Ik ben trots op wat met deze samenwerking is bereikt. Het traject was ingewikkeld vanwege de technische oplossingen, de hoeveelheid partners en de contractvormen, waarbij diverse lopende contracten moesten worden opengebroken om dit mogelijk te maken.”Machiel ziet dat met de komst van dit smart thermisch grid een basis is gelegd voor een toekomstbestendige leefomgeving in Rotterdam-Zuid. “Hiermee kan niet alleen Ahoy maar ook de nabije omgeving van Hart van Zuid in de nabije toekomst gasloos worden.”Eneco gaat nu de technische netwerken realiseren en zorgt ervoor dat Ahoy op korte termijn gasloos wordt. Tevens gaat Eneco op Ahoy het grootste zonnedak van Rotterdam realiseren. Hans Peters, Chief Customer Officer Eneco: “Deze eerste overeenkomst zorgt voor een enorm mooie stap in het verduurzamen van het energiegebruik rondom Ahoy. Alleen al met deze eerste projecten bereiken we een reductie van 1422 ton CO2.”Machiel Karels vervolgt: “Nu is het doorpakken naar fase 2. Hierin gaan we in dezelfde samenwerking het hotel, de leisure plot, de bioscoop aansluiten op het grid. Ook realiseren we innovatieve oplossingen zoals thermische energie uit oppervlaktewater, riothermie en asfaltcollectoren.” Over RUGGEDISED Het Smart City EU-programma RUGGEDISED is een samenwerkingsverband van zes Europese steden waarvan Rotterdam de coördinerende stad is. RUGGEDISED test en implementeert slimme oplossingen op het gebied van thema’s rond de Smart City. Bijvoorbeeld energie, transport en digitale technologie in grootschalige stedelijke proeftuinen. Uiteindelijk is de bedoeling om de weg te plaveien naar een slimmer en duurzamer Europa. Machiel Karels is technisch coördinator van City Project Rotterdam. Over Hart van Zuid Hart van Zuid, de gebiedsontwikkeling rondom Rotterdam Ahoy, Zuidplein en omgeving is een van de grootstedelijke projecten waar stevig op wordt ingezet. Het moet uitgroeien tot een volwaardig centrum van Rotterdam Zuid, waar men in een aangename omgeving kan wonen, werken, ondernemen en ontspannen.Klik hier voor het referentieproject.

21 september 2018
Warmteplan wekt verwarring; wat is dat voor een document?

In het maatschappelijke en politieke debat over aardgasvrij of gasloos wonen klinkt steeds vaker de term warmteplan. Maar wat is zo'n plan nu precies? Het begrip ‘warmteplan’ kent in de praktijk twee verschillende betekenissen. Dat levert verwarring op.Een warmteplan kan duiden op:Een juridisch document, zoals omschreven in het Bouwbesluit (geïntroduceerd in het Staatsblad (Stb. 2013, 75)), dat kan worden opgesteld voor één specifiek aan te leggen warmtenet. Met het plan heeft de gemeente de mogelijkheid om een aansluiting op dat bewuste warmtenet af te dwingen totdat het geplande aantal aansluitingen is bereikt. Een dergelijk warmteplan bevat onder meer ook de mate van energiezuinigheid en het opwekkingsrendement van het aan te leggen distributienet. Het document is geldig voor 10 jaar. Dit is niet het warmteplan dat de laatste tijd steeds vaker opduikt. Een visiedocument dat vooruitblikt op hoe de warmtetransitie in een bepaald gebied (schaalniveau gemeente, regio of provincie) zal worden vormgegeven. Dit warmteplan overstijgt dus het niveau van een warmteproject of warmtenet.De laatstgenoemde soort warmteplan wordt in deze blog verder uitgewerkt. Of warmtevisie? Een concrete definitie van een dergelijk warmteplan is niet eenvoudig te vinden. In diverse officiële en minder officiële documenten staan wel omschrijvingen:In het rapport Ruimtelijke bouwstenen voor warmteplannen (I&M, 2015) wordt een warmteplan omschreven als “een samenhangend plan dat inzicht biedt in de potentie van bij voorkeur meerdere warmtebronnen (restwarmte, aardwarmte / bodemenergie, biomassa verbranding, biogas en/of zonnewarmte) en de relatie hiervan met de afnemers van die warmte. Een warmteplan kan op verschillende schaalniveaus (wijk, stad, regio) worden ingevuld. Een warmteplan biedt zo inzicht in de wijze waarop een robuust warmtenet kan ontstaan of in stand kan worden gehouden (ruimtelijk, organisatorisch en financieel).”Volgens het warmteplan van Zuid-Holland Anders Verwarmen (Zuid-Holland, 2017) is kort en definieert het plan als een document dat “de alternatieven voor aardgas uitwerkt”.In een brief aan gemeenten van 3 april 2018  (Ministerie van Binnenlandse Zaken, 2018) gaat het over een “planning van de transitie naar aardgasvrij, gericht op een CO2-arme gebouwde omgeving in 2050. Daarbij moet voor alle buurten die volgens de planning van de gemeente voor 2030 van het aardgas af gaan, bekend zijn wat het alternatief voor aardgas is.”Een andere -meer passende- term voor een warmteplan is wel een warmtevisie. In het conceptklimaatakkoord gaat het over de transitievisie warmte. Diverse gemeenten hebben al een warmtevisie geschreven.Definitie warmteplan Concluderend luidt de definitie van een warmteplan als volgt:Een visiedocument die een strategie en een planning omvat voor de transitie naar een duurzame warmtevoorziening van een bepaald gebied (op een groter schaalniveau, bijvoorbeeld een gemeente of regio).Nog meer versimpeld ligt de volgende vraag voor: hoe kunnen we onze gebouwen in de toekomst zonder aardgas maar met behulp van duurzame bronnen blijven verwarmen? Inhoud warmteplan Een warmtevisie bevat doorgaans onder meer de volgende elementen:Een analyse van de warmte /energievraag en het aanbod; Een analyse van de verschillende stakeholders en hun rollen, zoals de gemeente, energieleveranciers, netbeheerders en de potentiële warmteafnemers (bewoners). De mogelijkheden van de verschillende alternatieven voor aardgas, zoals restwarmte, aardwarmte / bodemenergie, biomassa verbranding, biogas, zonnewarmte en omgevingswarmte. De plannen rond verduurzaming en uitbreiding bestaande warmtenetten en de ontwikkeling van nieuwe warmtenetten. N.B. Wij zijn van mening dat het slim is om dit te combineren met werkzaamheden in de openbare ruimte (verhardingen, rioleringen, etc.) en andere netwerken. Een planning die beschrijft wanneer en in welke volgorde regio’s of wijken van het aardgas af gaan. Plus welke warmtevoorziening daarvoor wordt gebruikt.Urgentie Het Rijk, provincies en vele gemeenten hebben ambities gesteld om binnen enkele decennia klimaat- of CO2-neutraal te zijn. Dit is nodig om te voldoen aan het Klimaatakkoord van Parijs om zo de opwarming van de aarde te beperken tot maximaal 2 graden Celsius.Een belangrijk deel -voor veel gemeenten zo’n één derde- van de CO2-uitstoot komt van het verwarmen van gebouwen met aardgas. Hier valt dus een hoop winst te halen.Provincies en gemeenten zijn daarom aan zet. Volgens het Nationaal Energieakkoord moet elke provincie een warmteplan uitwerken. Op dit moment heeft het grootste deel van de provincies al een warmteplan vastgesteld. In het Interbestuurlijk Programma is afgesproken dat alle gemeenten in 2021 een warmteplan hebben. Aan de slag De adviseurs van Buro Loo willen hun vakmanschap inzetten om gemeenten te helpen bij het maken van een warmtevisie. Weg verwarring. En gauw aan de slag! Want klimaatverandering wacht niet.Wilt u meer weten over warmteplannen en hoe wij u daarbij kunnen ondersteunen neem dan contact met ons op per email info@buroloo.nl of bel naar 055 2000 253.Bekijk ook ons project Uitvoeringsagenda Aardgasvrij Deventer.

18 juli 2018
Wij zoeken nieuwe collega’s

Buro Loo is op zoek naar versterking van ons team adviseurs/projectmanagers. Ons jonge adviesbureau groeit en wil graag uitbreiden met een adviseur duurzame bouw en gebiedsontwikkeling. Kom jij ons bedrijf mee helpen opbouwen?! Wie wij zijn Buro Loo bestaat sinds oktober 2016. Met drive en passie werken wij samen met onze partners aan het ontwikkelen en onderhouden van een toekomstbestendige leefomgeving. Wie wij zoeken Wij zijn op zoek naar iemand die enthousiast is, ervaring heeft met het begeleiden van projecten maar zelf ook weet waar het inhoudelijk over gaat. Zelfstandigheid en het werken in teamverband is essentieel in ons vak. Je wordt direct ingezet bij lopende projecten. Tegelijk doen we veel aan kennisuitwisseling en kennisontwikkeling. Wij vragen van jou:Een afgeronde HBO- of WO-opleiding, bij voorkeur in een technische richting; Minstens 5 jaar werkervaring in de bouw, vastgoed en/of gebiedsontwikkeling; Ervaring als projectmanager / adviseur voor de overheid en/of de private sector; Gewend aan het werken aan (complexe) projecten met veel stakeholders, wat blijkt uit relevante referentieprojecten; Een aantoonbare affiniteit met duurzaamheid en de nieuwste ontwikkelingen op dit gebied.Wat wij bieden Mooi en inspirerend werk. Een goed pakket aan arbeidsvoorwaarden, 30 vakantiedagen, bonusregeling bij het behalen van je doelen en het werken in een jong en dynamisch team. Daarnaast uiteraard een marktconform salaris en een uitdagende functie met de nodige doorgroeimogelijkheden. Sollicitatie Spreekt deze vacature jou aan en voldoe jij aan het profiel? Stuur dan gerust je CV op naar info@buroloo.nl of neem contact op met Machiel of Han, want dan kunnen we je uitnodigen voor een gesprek.

Kennismaken?

Wij maken graag kennis met u voor vraagstukken op het gebied van een duurzame leefomgeving.

Kennismaken
Uw browser is niet meer van deze tijd!

Update uw browser om optimaal van deze website (en vele anderen) te genieten Nu updaten!

×