- maart 24, 2026
Stelling 2: Waarom zwijgen over het effect van verschil in rendement?
Wist u dat een verschil van 1% rendement bij een warmtenet vergelijkbaar is met een investering van ongeveer € 2.500 per woning, of ongeveer € 100 per jaar op de energierekening? Wanneer private rendementen rond de 8% liggen en publieke rendementen rond de 4% – 6%, is zonder academische opleiding te begrijpen dat het rendementsverschil een grotere invloed heeft op betaalbaarheid dan een afwijking van 10% op de investering. Toch blijft deze discussie grotendeels uit.
Rendement als gegeven
Elk bedrijf heeft recht op een redelijk rendement. Een rendement op eigen vermogen van ruim boven de 10% en een gemiddeld rendement van circa 7,5% is binnen marktlogica normaal. Deze kosten worden ook doorberekend in dagelijkse producten en diensten. Zo functioneert de markt.
Marktfalen als uitgangspunt
In de Kamerbrief van minister Wiebes uit december 2019, waarin de Wcw werd aangekondigd, werd expliciet gesproken over financieel marktfalen. In eenvoudige termen: er bestaat een structurele kloof tussen de marktprijs en wat bewoners kunnen betalen. Juist om die reden is een publieke rol in de warmtetransitie noodzakelijk.
Verschuiving van het debat
Sindsdien is de discussie echter verschoven. Niet de vraag hoe bewoners een duurzaam en betaalbaar aanbod krijgen stond centraal, maar wie de regie voert, wie de macht heeft en hoe marktpartijen schadeloosgesteld kunnen worden.
Dat roept de vraag op waarvoor compensatie nodig is bij een opgave waarvan vanaf het begin duidelijk is dat deze voor de markt niet rendabel is. Als het verschil met belastinggeld moet worden overbrugd, is het de vraag welk maatschappelijk verantwoord opererend bedrijf het eigenbelang nog voorop kan stellen.
Publiek versus privaat rendement
Het verschil tussen publiek en privaat rendement is substantieel. Een verschil van 1% komt neer op € 2.000 tot € 3.000 per woning aan investeringen, of ongeveer € 100,- per jaar aan energiekosten. Dat is vergelijkbaar met een afwijking van 10% op de CAPEX. Toch krijgt dat laatste structureel meer aandacht.
Dit verschil wordt verklaard door drie factoren:
- Publieke partijen keren geen dividend uit.
- Hoogte van de rente. Publieke financiering via onder andere BNG en Waterschapsbank leidt tot lagere rente op vreemd vermogen.
- Risico-opslag. In publieke termen: weerstandsvermogen. De cumulatie van risico’s verhoogt het rendement, terwijl een warmtenet in de bestaande woonomgeving feitelijk onderdeel is van een bredere wijkaanpak.
Belemmeringen ontstaan vaak buiten het warmtenet zelf, zoals bij woningcorporaties, planning van de openbare ruimte of draagvlak in de wijk. Deze risico’s kunnen financieel worden opgeblazen, maar ook beheerst via integrale publieke regie, waardoor de materiële omvang ervan lager uitvalt.
Betaalbaarheid als kernvraag
Uiteindelijk draait de discussie om betaalbaarheid. Moet de basisprijs warmte blijven stijgen om private rendementen van 8% of hoger mogelijk te maken? Of staat het maatschappelijke doel centraal: een duurzame oplossing en een betaalbare energierekening?
Daarmee komt de kernvraag onvermijdelijk op tafel: het verschil in rendement.
Slotbeschouwing
Als het verschil in rendement 2,5 tot 4% bedraagt, waarvoor zetten we subsidies dan in? Om private rendementen te ondersteunen? En hoelang willen we dat blijven doen?