- januari 11, 2019
Nieuwe eisen: NOM tóch duurzamer dan broertje BENG?
BENG leek het veelbelovende broertje te worden van NOM. Tot in november de nieuwe eisen rond energie voor de bouw werden gepresenteerd. Wat blijkt? De duurzaamheid van de eisen is sterk verwaterd.
Dit geldt met name voor het eerste BENG-criterium om woningen met een lage energiebehoefte te realiseren. De energieconsumptie hoeft geen 25 maar 70 kWh/m2 te zijn, bijna een verdrievoudiging. Aan deze eis voldoe je makkelijk met een woning met een EPC van 0,4 door installatie van een warmtepomp. Dat BENG zich niet meer onderscheidt van NOM, wordt inzichtelijk met de Trias Energetica
Donderdag reageerde de minister op kritische kamervragen naar aanleiding van een artikel “Experts boos over soepeler BENG-eisen“.
Trias Energetica
De Trias Energetica is een strategie om in drie stappen een energiezuinig ontwerp te realiseren. Deze zijn als volgt:
- Beperk de energievraag van de woning.
- Maak maximaal gebruik van duurzame energie.
- Maak -als het niet anders kan- zo efficiënt en schoon mogelijk gebruik van fossiele brandstoffen.
NOM
Hoe scoort NOM als je deze langs de lat van de Trias Energetica legt? Een NOM-woning is energieneutraal. Dat wil zeggen dat alle energievraag op jaarbasis wordt gecompenseerd met zelfopgewekte, duurzame energie (bijvoorbeeld met zonnepanelen). De focus voor een NOM-woning ligt daarmee logischerwijs eerder bij stap 2 dan bij stap 1. Daarmee zegt “energieneutraal” of “NOM” lang niet alles over de duurzaamheid van een gebouw zelf. Een energieverslindend gebouw kan namelijk best energieneutraal zijn, als er maar voldoende zonnepanelen worden geïnstalleerd. Het mag duidelijk zijn dat dát natuurlijk niet de bedoeling is.
Voorlopige BENG-eisen

De genoemde beperking van de indirecte focus op stap 2 door NOM leek met de introductie van BENG in 2015 te worden getackeld. Waar NOM ingaat op stap 2 van de Trias Energetica, legt BENG eisen op aan alle drie de stappen. De eerste eis van BENG is gericht op het beperken van de energiebehoefte. Het voorgenomen eerste BENG-criterium voor de woningbouw eiste een maximale energiebehoefte van 25 kWh/m2. Om daar aan te voldoen zou om te beginnen een compacte gebouwvorm, goede gebouwisolatie en een optimale dak-oriëntatie ten opzichte van de zon nodig zijn (zie praktijkvoorbeeld Meerpolder onder).
Definitieve BENG-eisen
Nu de nieuwe BENG-eisen op het NEN-congres zijn gepubliceerd blijken de die eisen sterk te zijn bijgesteld. Een maximale energiebehoefte van 75 kWh/m2 in combinatie met de andere twee BENG-eisen komt in praktijk neer op het handhaven van de huidige EPC 0,4 eis voor woningbouw. Het realiseren van een BENG-woning is daarmee niet zo duurzaam als het lijkt: een relatief hoge energiebehoefte die voor woningen ook nog eens voor meer dan de helft gedekt wordt door fossiele brandstoffen. De derde BENG-eis gaat er immers van uit dat nog 60 procent van de energieconsumptie uit fossiele bron mag komen.
Conclusie: NOM blijft hiermee duurzamer en veel ambitieuzer dan broertje BENG. Een BENG-woning zal altijd méér fossiele brandstof gebruiken dan een NOM-woning.
Terug naar NOM en de Trias
Stuur dus op NOM, maar doe dat altijd op basis van de Trias Energetica. Bij het invullen van NOM op de eigen kavel wordt indirect sturing gegeven aan de invulling van stap 1, maar hier moet beter op gestuurd worden. Hoe beter hierop gestuurd wordt, hoe minder installaties nodig zijn voor het invullen van stap 2 en hoe haalbaarder het invullen van stap 3 wordt. Een aanvullend aandachtspunt is hierbij de betaalbaarheid van NOM wanneer de salderingsregeling versobert. Stuur dus voor nieuwbouw op een elektrische infrastructuur in de woning die voorbereid is op elektriciteitsopslag van duurzame elektriciteit vóór de meter.
Dus NOM voor de meter en op basis van Trias Energetica: zo wordt niet alleen het milieu ontlast, maar ook de gebruiker. Want goede isolatie zorgt voor minder installaties, meer comfort en daardoor een tevreden gebruiker.
Dit is eerste deel van een tweeluik over de relatie tussen NOM en BENG. Deel 1 beschouwt deze relatie energetisch. Hierbij is het effect van milieubelasting ten gevolge van materiaalgebruik niet meegenomen. Want het produceren van zonnecellen en isolatiemateriaal kost ook energie. En wat te denken van de milieubelasting bij de productie en de delving van de zeldzame materialen die nodig zijn voor PV-panelen? Hierover meer in deel 2 over de relatie tussen NOM en BENG qua materiaalgebruik.
Casus Meerpolder

NOM-woningen in Meerpolder. beeld Houweling Architecten
Afgelopen jaar heeft Buro Loo voor de gemeente Lansingerland haalbaarheid van BENG onderzocht voor grondgebonden woningen in de te ontwikkelen wijk Meerpolder.
Deze haalbaarheid is onderzocht ten opzichte van gasloze grondgebonden referentiewoningen met een EPC van 0,4[1]. Aan de hand van maatregelenpakketten is inzichtelijk gemaakt hoe aan BENG kan worden voldaan.
De referentiewoning is nu vergelijkbaar met een woning die voldoet aan de bijgestelde BENG-eisen. Met de kennis van nu is met deze studie dus bepaald welke extra maatregelen nodig zijn voor een woning die voldoet aan de voormalige vs. de huidige BENG-eisen. In onderstaande tabel zijn de resultaten weergegeven.
| Voormalige BENG-eisen (compactere woning[2]) | Huidige BENG-eisen | |
| Rc waarden dak/gevel/vloer | Rij- en vrijstaand: 9,0 / 7,0 / 5,0 m2 K/W Hoekwoning: 12,0 / 10,0 / 10,0 m2 K/W | 6,0 / 4,5 / 3,5 m2 K/W |
| U-waarden ramen | 1,0 W/m2K | 1,3 W/m2K |
| Luchtdichtheid, Qv10 | 0,15 dm3/s/m2 | 0,625 dm3/s/m2 |
| Ventilatie | Mechanische ventilatie, centraal | Rij- en hoekwoning: natuurlijke toevoer en mechanische afvoer, centraal
Vrijstaand: mechanische ventilatie |
| Warmte-opwekking en -afgifte | Combi warmtepomp o.b.v. bodem i.c.m. vloerverwarming | Combi warmtepomp o.b.v. bodem i.c.m. vloerverwarming |
| Koeling | Ja, o.b.v. warmtepomp | Geen, alleen vrije koeling voor vrijstaande woning |
| Zon PV | 0 – 6 m2 | 0 m2 |
| Meerkosten | €5.200 – > €20.000 | Referentie |
[1] Het gaat om een standaard rijtjeswoning en een hoekwoning met beukmaat 5,4 m en een GBO van 150 m2 en een vrijstaande woning met beukmaat 6,8 m en een GBO van 170 m2.
[2] Het GBO van de hoekwoning en de vrijstaande woning is hiervoor aangepast naar resp. 100 m2 en 146 m2.