Wij maken gebruik van cookies

Om je zo goed mogelijk van dienst te kunnen zijn, maken wij gebruik van cookies. Door de cookies te accepteren, word je herkend. Zo kunnen we onze website afstemmen op jouw persoonlijke voorkeuren en kunnen we je relevante informatie en advertenties laten zien. Voor meer informatie kun je kijken bij ons cookie- en privacybeleid. Door gebruik te maken van deze website of door hiernaast op akkoord te drukken, geef je aan akkoord te zijn met het gebruik van cookies.

Ik ga akkoord

Samenwerken aan een toekomstbestendige leefomgeving

Onze diensten

Buro Loo werkt aan het ontwikkelen en onderhouden van een toekomstbestendige leefomgeving. We formuleren realistische ambities en vertalen die in werkbare oplossingen. Wij richten ons op drie kernactiviteiten: advisering, coördinatie en kennisontwikkeling. Wij werken voor overheden, corporaties, besturen van maatschappelijke organisaties, projectontwikkelaars, architecten en aannemers. Wij brengen ideeën tot uitvoering.

Buro Loo geeft vorm aan een toekomstbestendige leefomgeving. Door de volgende diensten:

Bekijk onze diensten

Onze succesverhalen

Het laatste nieuws

10 mei 2019
Wat gemeenten moeten weten over wijkuitvoeringsplannen (of WUPs) voor duurzame warmte

Gemeenten zijn druk in de weer met de transitie naar aardgasvrije wijken. Ze moeten ook uitvoeringsplannen op wijkniveau maken. Hoe zit het met die wijkuitvoeringsplannen, ook wel WUPs genoemd? En hoe verhouden zich die tot de transitievisie? Buro Loo zet tien vragen en antwoorden hierover op een rij.De tien vragenWat is het verschil tussen een transitievisie warmte en een wijktransitieplan? Voor welke wijk maak je een WUP? Op basis waarvan selecteer je een wijk om voor 2030 van het gas af te laten gaan? Wat wordt verstaan onder ‘wijk’? Mag je als gemeente de ‘wijkgrens’ zelf bepalen? Geldt het maken van WUPS voor wijken die van het gas afgaan als eis of wens vanuit Den Haag? En waar staat dat dan? Wie controleert of een gemeente WUPS maakt ? En wat als je als gemeente bepaalt dat er geen enkele wijk van het gas af gaat, maar dat je alles na 2030 doet? Hoef je dan geen WUPs te maken? Wat is de precieze planning voor het maken van een WUP? Zijn er voorwaarden bij het maken van een WUP? Wat is de juridische status van een WUP?1. Wat is het verschil tussen een transitievisie warmte en een wijktransitieplan? De transitievisie warmte (ook wel warmtevisie of warmteplan genoemd) gaat over de grote lijnen in de gemeentelijke warmtetransitie. In de visie legt de gemeenteraad een realistisch tijdspad vast waarop wijken van het aardgas gaan. Verder staan in de visie ook de oplossingsrichtingen voor de wijken waarvan de transitie vóór 2030 gepland is. De transitievisie warmte wordt periodiek geactualiseerd, waardoor steeds nieuwe wijken zullen worden aangewezen.Wijktransitieplannen volgen op de transitievisie en vormen de uitvoeringsplannen voor de wijken die van het aardgas afgaan. Per wijk komt er dus een WUP waarin de oplossingsrichting verder is uitgediept en is uitgewerkt hoe de uitvoering wordt vormgegeven.  Deze plannen zijn eenmalig.Tabel 1. met inhoud en verschillen transitievisie warmte en wijktransitieplan.Transitievisie warmte WijktransitieplanWarmte-opties per wijk op basis van beschikbare bronnen uit RES en nog op te stellen leidraad van Rijk. Definitieve keuze van alternatieve warmtelevering in de wijk.Bevat volgorde en timing van wijken. Gemaakt met hulp van bewoners. Participatie is voorwaarde.Resultaat is een “vlekkenkaart”. Resultaat is een “detailkaart”.Reikwijdte: hele gemeente. Reikwijdte: één wijk.Periodiek geactualiseerd. Eenmalig definitief.Precieze datum waarop de toelevering van aardgas in wijk wordt beëindigd (N.B. bekendmaking dient ten minste 8 jaar voor datum plaats te hebben).2. Voor welke wijk maak je een WUP? Voor elke wijk die van het gas af gaat. De eerste WUPs moeten in 2021 worden opgeleverd. Dit gaat dan om de wijken waarvan in de eerste transitievisie warmte van de gemeente is vastgesteld dat ze in 2030 van het gas af moeten zijn. 3. Op basis waarvan selecteer je een wijk om voor 2030 van het gas af te laten gaan? Zijn hier hulpmiddelen voor?Welke wijken er wanneer van het aardgas afgaan komt te staan in de gemeentelijke transitievisie warmte. De selectie van de wijken vergt een complexe afweging. Dit komt doordat er veel data bij komt kijken en deze data tegen elkaar afgewogen dient te worden. Dit proces blijft lokaal maatwerk. Leidraad Het Planbureau voor de Leefomgeving ontwikkelt samen met het Expertise Centrum Warmte (ECW) een leidraad om gemeenten te helpen bij het maken van een objectieve analyse van oplossingsrichtingen voor wijken. De leidraad is een instrument bestaande uit twee componenten dat gemeenten moet ondersteunen bij het opstellen van de transitievisies warmte en de uitvoeringsplannen op wijkniveau. De twee componenten:De startanalyse (technisch-economisch): dit gebeurt met behulp van een open source model (het Vesta MAIS-model van PBL). De startanalyse geeft…op buurtniveau (t.b.v. wijkgerichte aanpak) de gevolgen van de verschillende (warmte)opties weer voor zowel de maatschappelijke kosten als de kosten voor verschillende eindgebruikers in de buurt. Dit inclusief een aantal gevoeligheidsanalysesEen handreiking met richtlijnen: rond gebruik van data, het doen van aannames en welke rekenregels.De Leidraad komt als eerste concept beschikbaar op 30 september en de definitieve versie komt in maart 2020. De Leidraad zal voor gemeenten het uitgangspunt worden om eventuele voorlopige warmtevisies definitief te maken. De analyse van het Vesta MAIS-model kan richtinggevend zijn voor gemeenten, maar is zeker niet leidend. Er is nog genoeg mogelijkheid voor eigen keuzes en sturing. Het beheer en de ondersteuning rond de leidraad komt bij Expertise Centrum Warmte (ECW) te liggen. Data Om een indruk te geven van de data die relevant kan zijn in de afweging over wanneer welke wijk van het gas moet afgaan, hierbij een lijstje:Wijk- en of woningkenmerken: energielabels, ouderdom van de woningen, het corporatiebezit. Bestaande plannen en projecten: renovatieplannen aan woningen, onderhoud in openbare ruimte of aan infrastructuur en vervanging energie-infrastructuur Versnellers of meekoppelkansen: problemen met hittestress, wateroverlast, criminaliteit of sociale cohesie. Kansen: bestaande warmtenetten of potentiële warmtebronnen (restwarmte). Bewonerskenmerken: hoogte inkomen, draagkracht, participatie door bestaande bewonersinitiatieven (energiecoöperatie). Kosten: maatschappelijk, voor de eindgebruiker, de business case voor energieleveranciers en netbeheerders.4. Wat wordt verstaan onder ‘wijk’? Mag je als gemeente de ‘wijkgrens’ zelf bepalen? Vaak zie je namelijk dat je per buurt van het gas af wil. Veronderstelt dat direct dat de gehele wijk dan óók van het gas af moet: dat is toch niet praktisch? Volgens de tekst uit het (ontwerp) Klimaatakkoord wordt er niet strikt aan wijkgrenzen gehouden. Gemeenten kunnen dus zelf logische gebieden indelen voor het aardgasvrij maken. In een noot in het genoemde document staat letterlijk: “De wijk en het wijkniveau wordt in dit document gebruikt voor diverse schaalniveaus. In sommige gemeenten is de wijk niet het beste aangrijpingspunt, maar een groter of juist een kleiner gebied.”De ervaring van Buro Loo is dat het verstandig is om aan te sluiten bij bestaande CBS-indelingen, zodat de plannen eenvoudig te combineren zijn met statistische gegevens en meerjarenonderhoudsplannen voor de openbare ruimte. Anderzijds kan het juist slim zijn om af te wijken van bestaande indelingen, omdat bijvoorbeeld de woningtypologie binnen een wijk sterk kan verschillen of juist over wijkgrenzen gelijk is. 5. Geldt het maken van WUPs voor wijken die van het gas afgaan als eis of wens vanuit Den Haag? En waar staat dat dan? Ja, dit is een verplichting. Zowel in het Interbestuurlijk Programma (IBP) als in het (ontwerp) Klimaatakkoord is afgesproken dat gemeenten een Transitievisie Warmte maken en uitvoeringsplannen op wijkniveau. 6. Wie controleert of een gemeente een transitievisie en WUPs maakt? Elke gemeente is verplicht om in 2021 een definitieve versie van de transitievisie warmte te hebben. Als alle warmtevisies beschikbaar zijn, checkt het Rijk op basis daarvan of de doelstellingen worden gehaald. Er moeten in de periode 2022 tot en met 2030 namelijk 1,5 miljoen gebouwen van het gas af worden gehaald (voor alle gemeenten opgeteld). Wanneer in 2021 alle transitievisies warmte beschikbaar zijn is inzichtelijk of deze (tussen)doelstellingen gehaald kunnen worden.Gemeenten dienen actief de voortgang met hun transitievisie door te geven via een nog te ontwikkelen online tool (vergelijkbaar met de tool voor Actieplan Geluid).Het is te verwachten dat er in het verlengde van de check op de Transitievisie ook gemonitord zal worden of er WUPs zijn of worden gemaakt.Uiteindelijk zal ook de gemeenteraad een rol hebben in het toezien op de uitvoering van de warmtetransitie. Dit orgaan dient de Transitievisie en de uitvoeringsplannen vast te stellen. 7. En wat als je als gemeente bepaalt dat er geen enkele wijk van het gas af gaat, maar dat je alles na 2030 doet? Hoef je dan geen WUPs te maken? In theorie lijkt dat te kloppen. Maar het Rijk en medeoverheden stellen in 2019 een procedure op over hoe ze gaan bijsturen als blijkt dat de doelen niet worden gehaald.Als doelstellingen niet gehaald worden zullen de gemeenten die verhoudingsgewijs het minste bijdragen bijsturing kunnen verwachten. 8. Wat is de precieze planning voor het maken van onder meer WUPs? Om een en ander helder te krijgen hierbij een tijdpad (inclusief nationale en regionale stappen):9. Zijn er voorwaarden bij het maken van een WUP? Ja, er is één belangrijke voorwaarde. Participatie van burgers is een must. De wijktransitieplannen staan of vallen met het participatieproces. Op het proces om te komen tot uitvoeringsplannen op wijkniveau zijn participatieprincipes van toepassing. Deze principes staan in het conceptklimaatakkoord en zijn geschreven voor de gemeente als regiehouder van het proces. Ze gelden echter voor alle betrokken partijen, zoals netwerkbedrijven, energieleveranciers, woningcorporaties, energieloketten en bouw- en installatiepartijen.De participatieprincipes moeten ten minste twee zaken garanderen:tijdige en transparante informatieverstrekking door betrokken partijen; het bieden van ruimte aan gebouweigenaren- en huurders om ideeën en wensen in te brengen.Participatieprincipes De participatieprincipes zoals ze in het conceptklimaatakkoord staan luiden als volgt (ze kunnen aangepast worden op basis van de huidige pilots aardgasvrije wijken):Wijze van betrokkenheid. Transparante en inclusieve communicatie (onder te verdelen in manier van communiceren en de informatie waarover gecommuniceerd dient te worden). Faciliteren van initiatieven. Advisering. Meerkoppelkansen.Uit de wat wollige tekst zijn de volgende voorwaarden te halen:Wijze van betrokkenheidDe gemeente informeert gebouweigenaren- en gebruikers tijdig over het participatieproces, dus voordat concrete plannen uitgewerkt zijn. De gemeente deelt eigenaren en gebruikers mee hoe ze betrokken worden bij de keuze voor het warmtealternatief.Transparante en inclusieve communicatieDe manier van communicerenDe manier van communiceren van de gemeente is inclusief, zodat iedereen weet waaraan hij of zij toe is. Inclusief communiceren betekent dat je rekening houdt met alle groepen burgers en in dit geval dus alle typen gebouweigenaren. De gemeente communiceert transparant over wat er met de inbreng/(tegen)argumenten van de betrokkenen is gebeurd.InformatievoorzieningDe gemeente informeert over…… waarom de betreffende buurt op het betreffende moment aan de beurt is om van het aardgas af te gaan.… de verschillende mogelijke duurzame alternatieven voor een buurt.… de criteria om te komen tot het warmtealternatief dat de voorkeur heeft.… de onderbouwing voor het verkieslijke warmtealternatief, vanuit:de beschikbaarheid bronnen; de laagst mogelijke maatschappelijke kosten; de impact hiervan op de leefomgeving.… de onderbouwing voor de definitieve keuze op basis van dezelfde aspecten.… het handelingsperspectief voor gebouweigenaren, met aandacht voor:welke werkzaamheden nodig zijn aan/in het gebouw; de gemiddelde kosten hierbij.… wat de gebouweigenaar kan verwachten van welke partij, zoals:gebouwgebonden financiering via geldverstrekker; collectieve inkoop via energiecoöperatie; nazorg en garanties; contracten met de warmteleverancier; informatie en advies via het (regionale) energieloket (zie ook participatieprincipe 4);Faciliteren van initiatievenDe gemeente faciliteert lokale initiatieven die een actieve rol willen pakken in het aardgasvrij maken van (een deel van de) gemeente (right to challenge).AdviseringDe gemeente zorgt voor advisering van gebouweigenaren door een (regionaal) energieloket in te richten als centraal aanspreekpunt over onder meer de warmtetransitie.MeekoppelkansenDe gemeente neemt -als regisseur van het proces- waar mogelijk meekoppelkansen mee in de overweging. Hierbij kan het gaan om bijvoorbeeld de koppeling van zaken als arbeidsmarkt en onderwijs, participatie en inburgering, sociale zekerheid. 10. Wat is de juridische status van een WUP? Definitieve keuzes die voortkomen uit uitvoeringsplannen op wijkniveau worden vastgelegd in vervolgversies van de RES 1.0. De RES en transitievisies warmte zullen uiteindelijk juridisch worden geborgd in met name de gemeentelijke omgevingsvisies, programma’s en omgevingsplannen.N.B. Extra vragen over de Leidraad zijn te vinden op de website van ECW. Buro Loo Buro Loo is een adviesbureau dat gemeenten en andere stakeholders ondersteunt bij onder meer de transitie naar een duurzame bebouwde omgeving. Zo maakten we al in 2018 voor de Gemeente Deventer een routekaart voor een aardgasvrije woningvoorraad.De consultants van Buro Loo zorgen ervoor dat u in het woud aan data over duurzame energiebronnen en warmtestrategieën tussen de bomen het bos weer ziet. We helpen u bij het maken van keuzes op basis van die data. Gebruikte bronnenOntwerp van het Klimaatakkoord (2018). Ontwerp van het Klimaatakkoord. Den Haag, 21 december 2018. Bijlage bij het Klimaatakkoord (2018). Wijkgerichte aanpak. Achtergrondnotitie ten behoeve van de sectortafel Gebouwde omgeving, 14 december 2018. Bijlage bij het Klimaatakkoord (2018). Leidraad + ECW. Achtergrondnotitie ten behoeve van de sectortafel Gebouwde omgeving, 14 december 2018. Achtergrondinfo Informatiebijeenkomst Leidraad, 25 april 2019.tekst Michiel Kerpel, beeld Shutterstock

1 april 2019
Sprintsessies Warmtetransitievisie in Overijssel van start

De 4 gemeenten in Noord-Oost Twente (Losser, Tubbergen, Dinkelland, Oldenzaal) hebben als eerste gemeenten in de Provincie Overijssel een Sprintsessie Warmtevisie gehad. “Noordoost Twente heeft tijdens een tweedaagse sprintsessie een flinke stap gezet om duidelijkheid te geven rondom het gefaseerd van aardgas afgaan in onze regio. Waarbij uiteraard aandacht is voor de technische haalbaarheid, kosten en handelingsperspectief voor onze inwoners”, vinden de vier duurzaamheidswethouders Ursula Bekhuis (Tubbergen), Ben Blokhuis (Dinkelland), Evelien Zinkweg (Oldenzaal) en Marcel Wildschut (Losser). “Er moet nog veel werk worden verzet, maar samen met alle partijen die hebben meegedacht hebben we er vertrouwen in dat het kan!” Lees hier meer over de Noordoost Twentse Warmtevisie.Concept transitievisie warmte door sprintsessiesEen team professionals van Buro Loo,  DWA en Tauw verzorgen samen tweedaagse sprintsessies voor gemeenten in de provincie Overijssel. Het doel van deze tweedaagse is het creëren van de bouwstenen voor een transitievisie warmte. Deze sprintsessies worden door het programma Nieuwe Energie Overijssel aan alle gemeentes aangeboden en leveren ook input voor de provinciale Regionale Energiestrategie (RES).Opzet tweedaagseIn twee intensieve dagen werken we met verschillende buurgemeenten aan een eerste opzet voor de warmtetransitievisie. Hierbij zijn naast een brede groep professionals afkomstig uit de gemeentelijke organisatie, ook andere partijen waaronder woningbouwcorporaties en energieleveranciers aanwezig. De aanwezigen gaan tijdens de sessies (begeleid) zelf aan de slag. De eerste ochtend worden ze volledig bijgepraat over alternatieven voor aardgas. In de middag maken de deelnemers de bouwstenen voor de transitievisie warmte. ’s Avonds presenteren ze die aan raadsleden en andere stakeholders. Aan de hand van hun reacties, opmerkingen en vragen wordt de transitievisie warmte de tweede dag in concept opgesteld. Het voordeel van deze aanpak is dat de uiteindelijke uitkomst door alle aanwezigen gedragen wordt en iedereen zich ook verantwoordelijk voelt voor het vervolg.Buro Loo heeft meegedacht over de opzet van de tweedaagse, verzorgde een inhoudelijke pitch over de alternatieven voor aardgas en begeleidde het proces in de werkgroepen om te komen tot afgewogen keuzes.Artikel in VNGOver dit geslaagde experiment is een uitvoerig artikel verschenen in VNG magazine: dat stuk kunt u hier nalezen.Meer informatieWilt u ook een sprintsessie voor uw gemeente? Neem dan contact op met Han Schreuder. Hij is te bereiken op (06) 3083 8018 of schreuder@buroloo.nl.

8 februari 2019
Duurzame visies voor woongebied Bosrijk in Eindhoven beoordeeld

Bij de ontwikkeling van woonwijk Bosrijk in Eindhoven staat duurzaamheid op één. Om dat te garanderen beoordeelde Buro Loo ingediende visies op diverse duurzaamheidsthema’s. Bosrijk Bosrijk is een uniek woongebied binnen het woon/-werkgebied Meerhoven. De gemeente Eindhoven zet voor Bosrijk in op een combinatie van bijzondere ruimtelijke en architectonische kwaliteit én duurzaam wonen. Voorwaarde hierbij is dat de bestaande kwaliteit van het groene landschappelijke gebied wordt beschermd en zelfs wordt versterkt.Voor partijen die inschrijven voor de ontwikkeling van woonvelden (zogenaamde clusters) ligt de lat dan ook hoog: duurzaam wonen moet verder gaan dan energieneutraal en aardgasloos.Als Buro Loo zijn we betrokken geweest bij het beoordelen van het thema duurzaamheid in de selectie- en gunningsprocedure van ingediende visies voor drie van deze clusters. Selectie- en gunningsprocedure Voor de ontwikkeling van deze clusters was veel animo. Dit bleek uit het aantal ingediende visies: respectievelijk 27, 26 en 6 inschrijvingen voor clusters waar het maximaal aantal te ontwikkelen grondgebonden woningen lag op 50 (oppervlakte 1,2 ha.), 40 (oppervlakte 1,2 ha.) en 3 (oppervlakte 205 m2).Tijdens de selectieprocedure zijn deze visies ten eerste beoordeeld op de volgende uitsluitingsgronden:aardgasloos bouwen; concreet invulling geven aan het beschermen van bestaand groen tijdens het bouwprocesDaarna zijn binnen het “team duurzaamheid” punten toegekend aan de volgende duurzaamheidsthema’s:materiaalkeuze; voorkomen van wateroverlast en hittestress; koppeling, balans en vergroten van biodiversiteit; duurzame mobiliteit; gezondheid, comfort en toekomstbestendigheid; sociale impact en zichtbaarheid.In de gunningsprocedure zijn de visies nogmaals beoordeeld op basis van dezelfde duurzaamheidscriteria. Hierbij zijn ook adviezen van huidige bewoners van Bosrijk meegenomen. In combinatie met scores voor ruimtelijke kwaliteit en het grondbod is er per cluster een winnaar uitgekomen. De ontwikkeling van de drie clusters start eind 2019. Innovatieve ideeën Enkele innovatieve manieren waarop in het winnende plan van cluster 18 (BPD/Sprangers) invulling is gegeven aan de duurzaamheidsthema’s, zijn: Biodiversiteit en waterEen uitgebreide analyse van de toe te passen bloemen- en bomensoorten. Voor de bloemen is gekozen voor een soortenrijkdom die past bij verschillende gradiënten binnen het gebied: een lage natte zone, een filterzone (filtering grijs water), een hellingzone en een hoge droge zone. Voor de bomen is zoveel mogelijk gekozen voor behoud van bestaande bomen en het toevoegen van nieuwe bomen. Dit zijn bijpassende, inheemse soorten. De hoge en slanke vorm van de woningen zorgt ervoor dat het landschap voldoende ruimte krijgt. Water, energie en zichtbaarheid Waterbuffering heeft plaats op daken en onder de gebouwen. Als er zonne-energie beschikbaar is, wordt water opgepompt in een watertoren. Bij energievraag kan deze hoogte-energie weer worden ingezet. Een groene filterzone zuivert water op eigen terrein. Inpassing, biodiversiteit en zichtbaarheid Door spiegeling versmelt het gebouw met de natuur. Een binnentuin versterkt de biodiversiteit voor onder meer insecten en vlinders. In de wanden aan deze tuin worden insectenhotels geplaatst. Meer in het vat In 2019 worden nog 2 clusters gerealiseerd. Hier zal Buro Loo opnieuw een bijdrage aan leveren voor de beoordeling van de in te dienen plannen op het thema duurzaamheid.beeld hoofdfoto Zuiver (BPD-Sprangers)

Kennismaken?

Wij maken graag kennis met u voor vraagstukken op het gebied van een duurzame leefomgeving.

Kennismaken
Uw browser is niet meer van deze tijd!

Update uw browser om optimaal van deze website (en vele anderen) te genieten Nu updaten!

×