- april 7, 2023
Circulair bouwen? Dat kan anders!
De bouwsector kan niet op de oude voet verder. Maar liefst 11% van de CO2-uitstoot van Nederland komt uit de bouwsector*. Circulair bouwen is een belangrijke oplossing voor het verminderen van uitstoot, afval en het uitputten van grondstoffen. Circulair ontwerpen moet anders. Deze blog zoomt in op de circulaire ontwerpstrategieën. Sommige strategieën kan de bouwsector echt meer aandacht geven, om zo circulair bouwen op een hoger plan te tillen. Als bouwen al nodig is…
Om te bepalen hoe circulair een strategie of product is, is de R-ladder een goed instrument. Hiervan zijn meerdere varianten in omloop, zoals een versie met drie, zes of tien R-strategieën. Kort gezegd: hoe hoger op de ladder, hoe circulairder de oplossing is. Als je dus circulair wilt bouwen, zul je de bovenste strategieën het meest moeten toepassen. Hoe hoger op de ladder, hoe kleiner de cirkel.
Aannemers en ontwikkelaars passen al veel van de treden van de R-ladder toe in hun ontwerpen. Vaak geldt: hoe lager op de ladder, hoe makkelijker te implementeren en hoe vaker gebruikt. Maar ook: hoe minder circulair.
Niets verbranden
De onderste trede (R6) is geen circulaire strategie. Verbranding kan dienen als noodoplossing als de andere strategieën niet haalbaar blijken. Toch maakt deze trede onderdeel uit van de R-ladder: afval dat niet kan worden gerecycled, kun je beter verbranden dan storten, want dan win je de energie er nog uit. Wanneer je goed ontwerpt, is R6 niet nodig. Probeer dus geen materiaal te verbranden en ontwerp zo dat dit ook in de toekomst niet nodig is.
Energieneutraal recyclen
De bouw past op dit moment de vijfde trede (R5) het meest toe. Zo is er circulair beton, waarbij je oud materiaal recyclet. Maar recycling kost veel energie. Recyclebaar materiaal gebruiken is dus niet ideaal. Daarom zijn er veel treden boven R5.
Repareren in plaats van nieuw bouwen
R4 bewaart bestaand materiaal en voegt waar nodig nieuw materiaal toe. Dit is een oude strategie, die je als consument ook makkelijk zelf kunt toepassen. Veel renovatiewerk valt hier ook onder, want dat is grotendeels refurbishing en reparatie. Door R4 verleng je met weinig materiaal de levensduur van een gebouw. Dit overtreft R5, omdat je daarbij vaak veel nieuw – of “nieuw” – materiaal gebruikt.
Materialen heel en schoon houden
Hergebruik, R3, komt steeds vaker voor. het in het geheel gebruiken van oude gebouwcomponenten, Deze derde trede komt ook terug in het demontabel bouwen. Een voorbeeld hiervan is het toepassen van kruislaaghout. Dit bouwmateriaal, ook wel CLT genoemd, heeft vergelijkbare kwaliteiten als gewapend beton. Dit maakt het, in combinatie met de juiste verbindingen, een materiaal dat je goed kunt monteren en demonteren. Het leent zich overigens voor allerlei toepassingen in een gebouw.
De hoeveelheid materiaal minimaliseren
Slim ontwerpen, R2, gaat nog een stap verder. Zo bespaar je materiaal en bouw je efficiënter. Doorgaans was reduce een kwestie van afval verminderen. Maar bij circulair ontwerp reduceer je ook materiaal in het eindproduct. Dit kan bijvoorbeeld door te bouwen met hout. Daarbij kun je namelijk op een andere manier bouwen dan met beton. Dit levert mogelijk materiaalreductie op doordat niet overal even zware constructies nodig zijn. Ook betonnen kanaalplaatvloeren hebben steeds grotere holle ruimtes, wat ook weer materiaal bespaart. Een risico is dat je gebouw niet meer aanpasbaar is, doordat het precies is gemaakt voor de huidige functie.
Voorbereid zijn op een andere indeling
Aanpasbaarheid is onderdeel van rethink (R1). Je ontwerpt dan bijvoorbeeld zo dat dat je van een gebouw van 40 woningen ook 30 of 50 woningen kunt maken. Dat doe je door een slimme, aanpasbare indeling te ontwerpen. Bijvoorbeeld een open constructie met verplaatsbare wanden. Je kunt nog verder gaan: houd dan rekening met een mogelijke andere functie in de toekomst. Kan dit kantoor makkelijk worden veranderd in een woongebouw? Op deze manier kun je de levensduur van een gebouw significant verlengen.
Bovenstaande strategieën maken de bouw steeds efficiënter en circulairder. Dat is goed. De bouwsector is natuurlijk gericht op bouwen. Maar is bouwen op zich wel zo circulair? De andere helft van R1 is namelijk refuse, de bovenste trede van de R-ladder. Met refuse bereik je dus het hoogste niveau van circulariteit. Er wordt geen materiaal gebruikt. Een nieuw gebouw, of zelfs een verbouwing weigeren, kan de juiste keuze zijn.
Tevreden zijn met wat je al hebt
Als het huidige gebouw functioneel nog voldoet, maar je een moderner gebouw wílt, maak je als gebouweigenaar de meest circulaire keuze door niets te verbouwen. Bijvoorbeeld het herinrichten met de meubels die je al hebt leidt vaak tot een heel andere uitstraling. Tegelijk past een nieuw, modern, optimaal geïsoleerd gebouw bij veel wensenlijstjes. Daarnaast is het heel duurzaam in de gebruiksfase. Maar het moet wel eerst gebouwd worden. En die bouw heeft impact. Impact op klimaat, milieu, ruimte, uitzicht en biodiversiteit. Het doel van circulair bouwen is om die impact zo klein mogelijk te maken.
De impact van vandaag minimaliseren
Losmaakbaar bouwen met circulaire materialen lijkt het hoogst haalbare, maar ook dat heeft impact op dit moment. Materialen kun je over 75 jaar wel hergebruiken, maar hiermee schuif je de verantwoordelijkheid twee generaties door. Het hangt dan van de verwerking aan het einde van de levensduur af hoe duurzaam je gebouw is. Daarom moet de impact van vandaag leidend zijn. Hiermee neem je zelf de verantwoordelijkheid. En als je dan gaat bouwen, minimaliseer je je impact nú.
Hoe bouw je dus circulair? Door niet te beginnen met het idee van bouwen, maar door je af te vragen wat nodig is. Kijk of een nieuw gebouw je behoefte het beste invult (R1). Als je dan gaat bouwen, minimaliseer je de impact van vandaag, zonder deze uit te smeren over 75 jaar. Ontwerp het gebouw zo dat het zonder grote aanpassingen lang functioneel blijft (R1). Gebruik niet meer materiaal dan nodig (R2), en voor het materiaal dat je gebruikt, kies zoveel mogelijk hergebruikt (R3), gerecycled (R5) of biobased materiaal. Zorg dat bij schade geen vervanging nodig is maar dat een reparatie volstaat (R4). En als het gebouw dan uiteindelijk gesloopt – sorry, gedemonteerd – wordt, zorg dat de materialen weer bruikbaar zijn voor een nieuw gebouw (R5).
Kortom, begin bovenaan de R-ladder, en maak de cirkel niet groter dan nodig.
* Hierin is de grond- weg- en waterbouw (GWW) inbegrepen.