- maart 31, 2022
Welke (regie)rol pakt u in de Warmtetransitie?
Het afgelopen jaar werkten nagenoeg alle Nederlandse gemeenten aan hun Transitievisie Warmte. Nu deze visie klaar is, komt de volgende fase in beeld: het uitwerken van uitvoeringsplannen op wijkniveau. Aan de hand van 3 vragen helpen we u in dit blog op weg om de gemeentelijke rolneming in deze fase scherp te krijgen.
1) Wat is het vertrekpunt vanuit de Transitievisie Warmte?
In de Transitievisie Warmte is uitgewerkt in welke stappen uw gemeente toewerkt naar een aardgasvrije situatie in 2050. De inhoud en concreetheid van deze plannen verschilt nogal per gemeente. Wij herkennen 4 routes die gemeenten volgen richting uitvoering:
- De gemeente weet wat goed is voor de inwoners en komt met een totaalaanpak. Een visie om de hele gemeente wijk voor wijk van het aardgas af te krijgen. Vaak in grote steden met collectieve oplossingen.
- In gemeenten waar al even een TVW ligt, is men voortvarend aan de slag met de wijkaanpak. De eerste wijkuitvoeringsplan-trajecten zijn opgestart of zelfs al afgerond. Vaak dankzij een ambitieus en groen college.
- In gemeenten zonder wijkgerichte aanpak wordt gepionierd met een ketenaanpak (banken, makelaars, marktpartijen). Lukt het om op ‘natuurlijke momenten’ alle partijen in de goede stand te krijgen? Vaak betreft dit de meer landelijke gemeenten met soms specifieke buurten en groepen woningen.
- Gemeenten kiezen voor een individuele woningaanpak, waarbij men geen wijkaanpak volgt en niet wordt gedwongen van het gas af te gaan. Vaak in kleine gemeenten met beperkte middelen, waar men (soms) wacht op nieuwe kansen, innovaties (waterstof), het Rijk, wetgeving en financiering.
2) Welke factoren zijn verder bepalend voor rolneming van de gemeente?
Naast verschillende uitvoeringsroutes zijn er ook andere factoren die bepalend zijn voor de rolneming van de gemeente in de uitvoeringsplannen. Wij denken dan onder meer aan:
- Ambitie (tempo): heeft het gemeentebestuur ambitie om snelheid te maken met de warmtetransitie of wachten ze eerst op (meer) middelen vanuit Den Haag?
- Beschikbare capaciteit en deskundigheid: is er voldoende capaciteit in de eigen organisatie om het wijkuitvoeringsplan te trekken? En is er voldoende kennis en ervaring in huis over bijv. het begeleiden van wijkprocessen en alternatieve warmte-oplossingen?
- Samenwerkingspartners: zijn er samenwerkingspartners op gemeentelijk en/of wijkniveau die het proces mee vorm willen geven of staat de gemeente min of meer alleen?
- Invloedssfeer: wat is de invloedsfeer van de gemeente bij de gekozen warmteoplossing. Dit kan erg verschillen: van heel groot bij een collectieve warmtenet-oplossing tot heel beperkt wanneer woningeigenaren allemaal individueel aan de slag gaan.
3) Gevolgen voor het wijkuitvoeringsplan(proces)?
Afhankelijk van de uitvoeringsroute en andere genoemde factoren kunnen gemeenten dus verschillende keuzes maken in welke rol ze willen pakken in het (wijk)uitvoeringsplan. Een gemeente kan kiezen voor een trekkende/leidende rol (top-down), een volgende/faciliterende rol (bottom-up) of een sturende/monitorende rol (best of both). Afhankelijk van deze keuze, neemt de zeggenschap van de gemeente ook toe of af. Denk daarbij aan aspecten zoals: het uiteindelijk warmtealternatief, snelheid en succes, financiering, risicobeheersing, etc. Een juiste rolneming in deze volgende fase van de warmtetransitie is dus van groot belang, zowel voor het uiteindelijke resultaat (het uitvoeringsplan zelf) alsook voor het totale wijkproces met alle beheersingsaspecten die daarbij komen kijken.